Free Market Revolution. How Ayn Rand’s ideas can end big government

Free Market Revolution. How Ayn Rand’s ideas can end big government

Door: drs. Frank Vandendries, december 2012

 

Recensie van Brook, Yaron & Watkins, Don, Free Market Revolution. How Ayn Rand’s ideas can end big government, Palgrave MacMillan New York 2012, ISBN 978-0-230-34169 $ 27.00 (253 pagina’s)

 

“Every business around us started as an idea in the mind of an entrepreneur. Whether that idea matured into a small local business or a vast international corporation, our lives as we know them today would be impossible without his contribution. Without the entrepreneur, the Scientific Revolution would have never become the Industrial Revolution. Without the entrepreneur, we would all still be subsistence farmers.” (2012, p. 92)

 

Met dit statement willen Yaron Brook en Don Watkins (resp. directeur en medewerker van het Ayn Rand Institute) in hun boek Free Market Revolution duidelijk maken wat het belang is van de ondernemer voor –uiteindelijk– eenieders welzijn. Vanuit een collectivistische invalshoek (communitaristisch, socialistisch, communistisch, fascistisch, sociaaldemocratisch) is de ondernemer juist het enfant terrible, uit op eigenbelang en buitensporige winst – en die ondernemer, die kapitalist, moet in zijn streven begrensd worden. En wie is het beste tot die begrenzing in staat? De staat, de overheid. De zogenaamde ‘vrije markt’ moet beteugeld worden uit naam van een groot ideaal dat individuele zelfverrijking overtroeft: het algemene goed, de publieke zaak, etc.

De auteurs beogen korte metten te maken met de gedachte dat de overheid ook maar enig goed na kan streven, scherper gesteld: indien de overheid zich bemoeit met de economie haalt zij het kwaad in huis. De overheid is het probleem (een probleem dat steeds groter wordt omdat zij dag-in-dag-uit expandeert), niet de oplossing, en de oplossing moet gevonden worden in een morele herijking. De ondertitel van het boek, How Ayn Rand’s ideas can end big government, verwijst naar de persoon aan wie zij voor hun betoog schatplichtig zijn: filosofe Ayn Rand. Mede dankzij Hans Achterhuis heeft de Nederlandse lezer kennis kunnen maken met deze radicale denker: in 2010 publiceerde hij een inmiddels breed bejubeld boek, De utopie van de vrije markt. Elders (www.mindandmatter.nl/hoofdzaken/teksten) heb ik aangegeven dat de kritiek in dat boek op de vrije markt economie (neoliberalisme)  niets van doen heeft met ‘vrije markt’ maar wel met de gemengde economie (de overheid reguleert de markt) en dat diens lezing van het werk van Ayn Rand weinig van doen heeft met haar filosofie maar veel met de vooringenomenheid van Achterhuis zelf. In Free Market Revolution wordt het accent volledig gelegd op Rands ideeën over kapitalisme en het daarmee onlosmakelijk verbonden rationeel egoïsme.

Brook en Watkins beginnen met het benoemen van de oorzaak van de huidige mondiale, financiële crisis. Die ligt (dus) bij de overheid. Een accent wordt gelegd op toestanden in de VS en de wijze waarop de diverse administraties (zowel Republikeins als Democratisch – vooral George W. Bush heeft de overheidsuitgaven explosief laten stijgen) omgaan met fluctuaties in de markt. Natuurlijk komt de hypotheekcrisis aan de orde (inclusief alle garantiestellingen door de overheid waardoor zaken doen –door banken– volstrekt onverantwoordelijk en risicovol werd) en wordt gekeken naar wat nu eigenlijk de redenen zijn waarom de overheid zo graag ingrijpt, reguleert en ‘entitlements’ (claims van burgers op basis van ‘need’) toekent: ‘greed’, ‘egoism’ en ‘profit’ (hebzucht, zelfzucht en winstbejag).

Hoe eenvoudig, zonder voldoende reflectie, die termen in maatschappelijke debatten gebruikt worden bij het bekritiseren van de vermeende vrije markt, blijkt uit een vergelijking die gemaakt wordt tussen Bernie Madoff en Steve Jobs. Madoff is de inmiddels veroordeelde en opgesloten oplichter die zowel ‘zijn’ vermogen verloren heeft als ook zijn zoon door suïcide kwijt is – Jobs is de creatieve entrepreneur die zijn Apple voor alles stelde: zijn doel, zijn droom moest werkelijkheid worden. Zowel Madoff als Jobs handelden niet voor anderen, zij ervoeren geen plicht in het in dienst te staan van anderen. Ze deden het vooral voor zichzelf. En tegen dat soort mensen moeten we ons verdedigen. Is er een alternatief? Nou en of: zelfopoffering. Zowel de linkse als rechtse ‘kerken’ vinden, volgens de auteurs, altruïsme een nobel streven. [1]

Volgens Brook, Watkins én Rand worden echter twee vormen van egoïsme op een hoop gegooid: Madoff is de platvloerse boef die ten koste van anderen handelde, Jobs daarentegen benadeelde niemand – tenzij je de concurrentie (Microsoft…) als ‘benadeelde’ wilt zien. Twee vormen van egoïsme maar toch van een geheel andere strekking. Het is deze ‘package deal’ (2012, p. 68) die ontmanteld moet worden ten gunste van het rationeel egoïsme, ‘a new concept of egoism’– welbegrepen eigenbelang. Eigenbelang is voor menigeen een vloek, een zonde, iets volstrekts immoreel, het toppunt van asociaal. Als eigenbelang (zelfbegunstiging) dan nog een gunstig gevolg heeft voor anderen (vgl. de onzichtbare hand van Adam Smith) kan er iets milder naar gekeken worden, maar toch, allereerst denken aan en zorgen voor je eigen welzijn (en dat van je naasten)…

Bij de ontmanteling van de ‘deal’ spelen drie principes de hoofdrol: rationaliteit[2], productiviteit[3] en ruil[4]. Voor de zakenman is het maken van winst (‘profit’) van grote waarde: niet alleen is het een materiële waardering voor al diens inspanningen, het is ook noodzakelijk om te investeren – investeren betekent voortbestaan, overleven als persoon en onderneming.

Brook en Watkins wijzen op het subtiele verschil tussen geld ‘krijgen’ en geld ‘maken’: het eerste wijst op toe-eigenen, stelen, “make money, by trading his best effort for the best effort of others” (2012, p. 114) wijst op prijzenswaardige inspanning. Mocht iemand sceptisch staan ten aanzien van het ‘winstbejag’ (van ‘succes’) van producenten moet naar de visie van beide schrijvers  overdacht worden: Wat kan de ‘winst’ voor een producent zijn om een waardeloos product in de markt te zetten? Zijn eigen ondergang? Niettemin zit in achterdocht een belangrijk motief voor politici om in te grijpen. Nu zijn overheden (en bureaucratieën) zonder uitzondering en zonder twijfel verantwoordelijk voor de grootste slachtingen en financiële verliezen wereldwijd. (Daar kan geen enkel bedrijf tegen concurreren). Wat maakt dan toch dat zij door menigeen wel vertrouwd worden? Welke motieven hebben zij om de producent ‘aan te pakken’? Aanpakken en ingrijpen wijzen op het met gebruikmaken van geweld schenden van basale mensenrechten: individuele vrijheid, privaat eigendom en vrijwillige samenwerking.

Ayn Rand definieert een recht als het morele principe dat de individuele vrijheid van handelen definieert en sanctioneert in een sociale context. Zo betekent bijvoorbeeld het recht op eigendom dat iemand een product mag produceren of zich toe-eigenen en dat naar eigen inzicht mag gebruiken indien daardoor de vrijheid (het eigendomsrecht) van een ander niet geschonden wordt. De overheid heeft tot taak de gedefinieerde vrijheid te beschermen. Neemt zij meer taken op zich dan rechtspraak, politie en leger, gaat zij buiten haar boekje: “The seperation of state and economics must be total. Anything less is not capitalism. Capitalism means no social welfare schemes, no corporate welfare schemes, no regulations, no controls, no economic central planning.” (2012, p. 134). Dit betekent volledige vrijheid met inachtneming van de genoemde rechten (en principes) die voor iedere mens gelden. Dan kan gesteld worden: de markt is moreel.

De waarde van de vrije economische markt wordt in het boek toegelicht aan de hand van arbeidsverdeling, van het complexe prijssysteem inclusief de noodzaak van het mogelijk maken van winst, van competitie[5], aan inventiviteit, innovatie, efficiëntie, e.d. Ayn Rand schrijft “A free market is a continuous process that cannot be held still, un upward process that demands the best (the most rational) of every man and rewards him accordingly.” (2012, p. 152). Het betreft hier een continu proces dat op gespannen voet staat met ‘the Divine Right of Stagnation’. Stagnatie, stilstand en achteruitgang, worden veroorzaakt door staatsinterventie: bijv. prijscontrole, vaststellen van een minimumloon en het bepalen van rentetarieven. Competitie wordt beschadigd door m.n. staatsmonopolies, bailouts en antitrust.

Naast een argument vanuit ‘greed’ is er ook een argument vanuit ‘need’ om in te grijpen in marktprocessen. Marx wordt geciteerd: van eenieder naar vermogen aan eenieder naar behoefte. ‘Entitlement’, ‘recht hebben op’ –via ‘garanties’ van de staat– is een moreel imperatief geworden.

Mede aan de hand van een historisch overzicht wijzen Brook en Watkins op de negatieve gevolgen van welvaartprogramma’s: armoede en afhankelijkheid worden in stand gehouden waardoor burgers niet gemotiveerd raken om de eigen verantwoordelijkheid voor hun levens op zich te nemen. Er wordt amper tot geen onderscheid gemaakt tussen wie nu echt hulp nodig heeft (‘unable’) en wie weigert te handelen – naar eigen vermogens (‘unwilling’)[6]. Dat je jezelf kunt verzekeren (tegen of voor wat dan ook) op grond van eigen verantwoordelijkheid wordt vergeten. Ook dat zelf verzekeren bij een private instelling zelfs beter is omdat je met een overheid geen contract af kunt sluiten: je weet nooit of je ‘ingelegde’ belastinggelden en premies zich in de toekomst laat verzilveren. Denk maar eens aan het Nederlandse (basis)pensioen…

De auteurs laten geen onduidelijkheid bestaan over wat zij vinden van de verzorgingsstaat: “The entitlement state is not a safety net but a spiderweb that ensnares and strangles rational, productive, creative, ambitious individuals in order to dole out unearned rewards to the irrational and unproductive.” (2012, p. 192). Wie de nooddruftige wil helpen, is in een vrije samenleving vrij dat te doen. Een heel hoofdstuk wordt gewijd aan de gezondheidszorg (ObamaCare) en worden er suggesties gedaan hoe staatsinmenging terug te brengen tot nul. Niettemin, als de huidige breed geaccepteerde moraal niet bediscussieerd mag worden, als ‘the conflict between the pursuit of happiness and the morality of need’ niet aangegaan wordt, dan zal de positieve waarde van de vrije markt nimmer duidelijk worden.[7]

Hoewel de Verenigde Staten als achtergrond van het boek fungeren, geldt het morele appel van de auteurs voor burgers uit alle landen. Ook West- Europeanen dus die sinds jaar en dag in de greep zitten van hoge tot lage ambtenaren, kunnen lezen waar de ‘ontsnappingsclausule’ zich bevindt. In die zin houdt de publicatie van Brook en Watkins ‘ons’ land waar grif gepolderd en gereguleerd wordt, waar de doorsnee burger denkt ‘de overheid regelt het wel voor mij’ een heldere spiegel voor – de praktijkillustraties zijn onbetwistbaar. Het boek is fel, snel, scherp en toegankelijk geschreven, vele onderwerpen worden aangestipt. Maar ik vermoed dat degenen die minder goed bekend zijn met economische theorieën in het algemeen en de filosofie (inclusief de conditionele benadering van ethiek) van Ayn Rand in het bijzonder meer voorkennis nodig hebben. Het vraagt op belangrijke punten om een wezenlijke verdieping.

De Ayn Rand revolte staat, zo is mijn inschatting, nog in haar kinderschoenen – het boek van Brook en Watkins biedt extra munitie.

 

Zie ook de boekbespreking De utopie van de vrije markt op deze site.

 



[1] “Make yourself worse off for the sake of others or make others worse off for your own sake: Mother Theresa or Bernie Madoff. That’s the moral alternative we’ve traditionally been offered.” (2012, p. 67)

[2] “At the most fundamental level, rationality means facing facts. It means using your mind to understand how the world works and to charge your course through it. The rational person places no consideration above the facts of reality – even if those facts are unpleasant.” (2012, p. 73)

[3] “Production,” writesRand, “is the application of reason to the problem of survival” (…) “production is the main existential activity rationality consists of.”  (2012, p. 75)

[4] “The trader principle governs all of rationally selfish man’s relationships. He’s always thinking win/win, profit/profit, because he knows that making or accepting losses is not to his interests.” (2012, p. 78)

[5] “[R]ivalry, as paradoxical as it may sound, works to harmonize the interests of everyone involved in trade.” (2012, p. 147)

[6] “Wealth is your birthright – never mind that if you don’t produce it, someone else has to.” (2012, p. 183)

[7] “If altruism is right, and you truly are your brother’s keeper, then it is wrong –indeed, monstrous– to cut the entitlement state.” (2012, p. 206)


Fatal error: Call to undefined function adrotate_group() in /home/p17385/domains/worldforthinkers.com/public_html/wp-content/themes/EarthlyTouch/single.php on line 57