Waarom doet bewustzijn soms pijn?

Waarom doet bewustzijn soms pijn?

Door dr. Pouwel Slurink

Recensie van Marc Slors, Dat had je gedacht! Brein, bewustzijn en vrije wil in filosofisch perspectief, Boom Amsterdam, 2012, ISBN 9789461057785, 2001 pagina’s, € 18,90

 

Wij zijn ons brein” en “De vrije wil bestaat niet” zijn recente boeken van (respectievelijk) de neurowetenschappers Dick Swaab en Victor Lamme die een groot publiek bereikt hebben. Lamme en Swaab ontkennen het bestaan van de vrije wil en sluiten hiermee aan bij een internationale trend, waarbij vaak de onderzoekingen van Benjamin Libet en Daniel Wegner aangehaald worden. Libet liet proefpersonen besluiten hun vinger te bewegen en met een aangepaste klok precies het moment van hun bewuste besluit vastleggen. Tegelijkertijd legde hij EEG´s vast van het hele proces. Tot zijn verbazing bleek dat zij zich hun besluit pas éénvijfde seconde vòòr de beweging bewust werden, terwijl de EEG al éénderde seconde voor de beweging een “bereidheidspotentiaal” liet zien (de term ‘bereidheidspotentiaal’ is van Kornhuber en Deecke). Met MRI-scanners kunnen onderzoekers soms nog verder vòòr een bewust besluit de inhoud van de beslissing voorspellen op basis van de waargenomen hersenactiviteit. Een groot aantal onderzoekers concludeert uit dit soort onderzoek dat het bewustzijn van beslissingen als mosterd na de maaltijd komt. Ook veel ander psychologisch onderzoek laat zien dat ons leven bepaald wordt door een veelheid van onbewuste processen. Het bewustzijn is maar het topje van een ijsberg. Het is dan nog maar een kleine stap om te concluderen dat het helemaal een bijverschijnsel is, zoals in de negentiende eeuw Thomas Huxley en Friedrich Nietzsche geloofden. De psycholoog Daniel Wegner heeft met een reeks ingenieuze experimenten laten zien dat wij gebeurtenissen die volgen op onze intenties wel heel gemakkelijk zien als gevolgen van onze eigen besluiten. De conclusie ligt voor de hand dat het auteurschap van onze daden in het geheel een illusie is: de illusie van de bewuste wil (Wegner, 2002). Wij zijn automaten en het feit dat we ons dit bewust zijn, maakt niet veel uit.

Toch is lang niet iedereen overtuigd dat ons leven zo in elkaar zit. Vanuit evolutionair perspectief is het onwaarschijnlijk dat het bewustzijn totaal geen functie zou hebben. De Nijmeegse hoogleraar cognitiefilosofie Marc Slors heeft nu een compact en intelligent boek geschreven met een genuanceerde filosofische analyse van het hele probleem. Het interessante van zijn reactie is dat hij filosofische begripsanalyse niet ziet als een transcendentaal onderzoek dat immuun is voor wetenschappelijke vooruitgang. Hij gelooft wel degelijk dat de filosofie veel kan leren van de neurowetenschappen. Tegelijkertijd denkt hij dat de neurowetenschappers die zo fel reageren op het idee van een vrije wil daarbij eigenlijk een heel specifieke opvatting van bewustzijn en de vrije wil vooronderstellen. Ze realiseren zich onvoldoende dat ze in feite de opvattingen van Descartes en Locke bestrijden en dat hun waarnemingen vatbaar zijn voor meerdere interpretaties. Eigenlijk, zegt Marc Slors, gaat hun onderzoek ook helemaal niet over de vrije wil, maar over de rol van het bewustzijn. Het blijkt inderdaad dat beslissingen niet ex nihilo uitgedacht worden in een soort vrij zwevende voor zichzelf transparante bewustzijnscapsule. Maar dat betekent vooral dat een persoon veel meer is dan zijn bewustzijn. Beslissingen blijven van jou, ook al ben je niet volledig transparant voor jezelf. Het is ook niets nieuws dat we soms dingen doen die onszelf verrassen.

Slors wijst erop dat een vrije wil tenminste aan twee voorwaarden moet voldoen: ten eerste moeten er echte keuzen gemaakt kunnen worden en ten tweede moeten die keuzen het product zijn van de persoon zelf (de verantwoordelijke persoon). Onderzoekers als Victor Lamme suggereren nu dat onze keuzen helemaal niet van ‘ons’ zijn, omdat ze grotendeels ontspringen aan het onderbewustzijn. Lamme suggereert bovendien dat dit ook iets zegt over de universele natuurnoodzakelijkheid, waarvan wij onderdeel zijn, terwijl deze natuurnoodzakelijkheid bij hem net zozeer een vooronderstelling is als bij elke andere wetenschapper. Filosofen zijn al een paar honderd jaar vertrouwd met het idee dat natuurnoodzakelijkheid en de vrije wil verenigbaar zijn, sterker, dat een vrije wil niet kan zònder natuurnoodzakelijkheid. Natuurnoodzakelijkheid is nu eenmaal geen dwang. Aanvankelijk stelden de ‘compatibilistische’ filosofen (zij die geloven in de verenigbaarheid van vrije wil en natuurnoodzakelijkheid) dat iedereen die niet gedwongen werd, vrij is. Geleidelijk ontdekte men dat de notie van een vrije wil een wil veronderstelt die los staat van de primaire driften. Harry Frankfurt had het in deze context over ‘second order desires’ die ons bijvoorbeeld kunnen doen verlangen minder naar eten te verlangen. Slors laat zien dat mensen als Lamme en Swaab weinig kaas hebben gegeten van deze filosofische begripsontwikkeling. Zij identificeren bovendien de vrije wil met de opvatting dat het bewustzijn de exclusieve motor is achter gedrag. Het is dan ook logisch dat zij de vrije wil ontkennen. Hun onderzoek laat echter voornamelijk zien dat we veel meer zijn dan ons bewustzijn.

Een buitengewoon interessant deel van het boek van Slors gaat over de functie van het bewustzijn. Volgens hem onderschat Lamme het bewustzijn als hij het ziet als een sullige toeschouwer. Hij komt tot een tweedelige bepaling van de functie van het bewustzijn. Allereerst bepalen we met het bewustzijn onze langetermijn intenties. Door het ontwikkelen van langetermijn intenties ‘programmeren’ we onszelf. Het bewustzijn zet als het ware een beleidslijn uit. Libets experiment ging wat dat betreft ook voorbij aan de essentie, omdat de onderzochte ‘beslissing’ überhaupt al genomen was toen de onderzoeker de proefpersoon instrueerde op een ‘zelf te bepalen moment’ een vinger te bewegen. De langetermijn intentie lag al paraat. Maar daarnaast is er een groot verschil tussen Libets voorstelling hoe bewuste intenties gedrag zouden moeten veroorzaken en het model van zelfprogrammering. Bij de poging met ons bewustzijn ons onbewuste zelf leiding te geven door het te ‘programmeren’ stuiten we vaak op een enorme weerstand. Deze weerstand die we vaak ‘wilszwakte’ noemen, bewijst volgens Slors dat het bewustzijn ons niet rechtstreeks stuurt, maar eerder een weerbarstige zelfstandige entiteit aanstuurt of dirigeert. Wilszwak zijn we wanneer onze poging tot zelf-programmering afkaatst op massieve, onbewuste neigingen.

Een tweede functie van het bewustzijn is het interpreteren van je eigen gedrag. Omdat het onbewuste veel meer doet dan het bewuste kan overzien, moet het bewustzijn haar voortdurend interpreteren. Slors verwijst in deze context naar wat de split-brain specialist Michael Gazzaniga de left-brain interpreter noemt. Gazzaniga claimt dat dit orakel ons een voorsprong op andere dieren heeft gegeven, omdat het ons in staat stelt onszelf te begrijpen. Slors concludeert dat dit natuurlijk alleen werkt als onze zelf-interpretaties ook enigszins correct zijn. De claim van Lamme en Wegner dat het bewustzijn voortdurend liegt of maar wat kletst, wordt dus onwaarschijnlijk. Onze confabulaties zijn een bijverschijnsel van een overactieve en soms ontsporende drang tot zelf-interpretatie. Slors legt sterk nadruk op de culturele context van zelf-interpretaties. Zo citeert hij oudere studies die laten zien dat zelfs de emoties in diverse culturen anders worden ingedeeld.

In een glashelder slothoofdstuk vat hij de visies van Libet en Wegner nog eens samen, waarbij hij zijn alternatieve model nog verder uitwerkt. Dit doet hij deels met gebruikmaking van figuren, wat in de filosofie helaas nog erg sporadisch gebeurt. Het ontwikkelen van heldere figuren is natuurlijk net zozeer een manier van denken als het uitrollen van volzinnen. Datzelfde geldt voor het zoeken van heldere metaforen die jouw visie weergeven. De traditionele visie op de rol van het bewustzijn is voor Slors die van een kapitein op het schip. Dit is de visie waar Libet mee begint, maar die tot zijn schrik niet klopt. Het alternatief is een visie waarin het bewustzijn programmeert en interpreteert, maar geen rechtstreekse commando’s kan geven. Er blijkt geen kapitein op het schip te zijn, maar wel een navigator die de koers globaal bepaalt en zo nu en dan de stuurman (het onbewuste) aanwijzingen doorgeeft via de intercom. De communicatie tussen navigator en stuurman verloopt niet altijd lekker. Soms wil en kan de stuurman de navigator niet helemaal volgen en doet hij gewoon waar hij zin in heeft (wilszwakte). De navigator kent de stuurman ook niet goed genoeg om hem te voorzien van optimale aanwijzingen.

Pas in de epiloog maakt Slors duidelijk wat dit allemaal betekent voor de vrije wil. De vrije wil moet niet opgevat worden als controle, maar als eigenheid. Vrij handel je door jezelf te zijn, je totale, ook onbewuste zelf. Authenticiteit is hier de leus. De tweede-orde verlangens van Frankfurt zijn de lange-termijn intenties, waarmee ik mijzelf kan proberen te programmeren. Maar vrijheid impliceert niet dat ze altijd de baas zijn, want het is een eigenschap van de totale persoon.

Wat mij betreft heeft Marc Slors een uitstekend boek geschreven. Uiterst prettig leesbaar, goed ingedeeld en zeer relevant als baken in de storm van de modieuze en al te gemakkelijke afwijzingen van de vrije wil.

Als voorstander van een evolutionaire psychologie mis ik wel een paar belangrijke aspecten. Zo wordt er wel gerept over de functie van bewustzijn en met name van de left-brain interpreter, maar er wordt niet ingegaan op de context van deze functionaliteit. Met veel andere filosofen legt Marc Slors toch weer nadruk op de ‘hogere’ cognitieve functies, zoals
zelfinterpretatie. Als evolutionist vraag je je dan af waarom bijvoorbeeld verschillende culturen verschillende mensbeelden ontwikkelen. Waarom staat het brein überhaupt steeds klaar met een verhaal over het hoe en waarom van je daden? Waarom wil iedereen zichzelf kunnen verantwoorden? Dat heeft natuurlijk alles te maken met het gegeven dat alle culturen berusten op samenwerkingsverbanden, waarin van iedereen een bijdrage verwacht wordt. Talen mogen van cultuur tot cultuur compleet verschillen, maar alle culturen zijn door taal bijeengehouden samenwerkingsverbanden in verschillende ecologische contexten.

Vanuit een consequent evolutionair perspectief kun je ook meer systematisch op zoek naar de functies van bewustzijn en de vrije wil. De twee functies van bewustzijn, waarover Marc Slors het heeft, zijn sterk ontwikkeld in de mens. Ook vele andere diersoorten vertonen echter onmiskenbare tekenen van bewuste beleving. Het bewustzijn lijkt begonnen als een soort eenvoudig stoplicht voor doorgaan, let op, en stop, maar heeft zich ontwikkeld tot een compleet ‘organisch dashboard’, waarmee de kapitein of navigator zijn koers bepaalt. Het bewustzijn is er in de eerste plaats om koers en keuzen voortdurend te optimaliseren. Daarom moet het ook voelen wat de gevolgen zijn van zijn keuzen: bewustzijn doet soms pijn. Het systeem is alleen te begrijpen als een complexe feedback loop, waarbij de gevolgen van verkeerde keuzen leiden tot een voortdurend herprogrammeren van gedrag. Het bewustzijn stelt ons zo in staat  door lange reeksen (half) foute keuzen steeds wijzer worden. We kunnen dan wel bliksemsnel reageren, maar onze keuzen worden toch bepaald door de sluimerende wijsheid van ons neuraal netwerk. Voor die wijsheid hebben we in de loop der jaren meestal flink moeten lijden. Talrijke afgestrafte onverstandige keuzen hebben geleid tot geoptimaliseerde reacties die onbewust paraat liggen. De reden dat bewustzijn ook echt bewust moet zijn ligt dan ook in haar elementaire oorsprong in beloning en straf, genot en pijn. Als je vader je een klap op je billen geeft en je niks voelt, ga je je gedrag natuurlijk nooit veranderen.

De nadruk van Marc Slors op “zelfprogrammeren” zou ik dus willen vervangen door “zelf-herprogrammeren”. Er is altijd al gedrag, maar we moeten door schade en schande wijzer worden. Het zelf-interpreteren is uiteindelijk misschien wel altijd een koers zoeken en duiden en ook een zelf-verantwoorden. De groep moet een bepaalde kant op en jij moet uitleggen waarom jouw koers goed is en wat jouw bijdrage is. Dat is het lot van een supersociaal samenwerkend dier. Maar ook andere ecologisch flexibele dieren moeten hun gedrag verbeteren en aanpassen aan specifieke omstandigheden. Ook zij hebben bewustzijn nodig om de pijn van een verkeerde keuze te kunnen voelen. Want pijn dringt pas echt door, in tegenstelling tot een dikke gebruikshandleiding, die een eenvoudige kerkrat überhaupt niet kan lezen. Ook deze dieren worden echter geherprogrammeerd door spel en training, door vallen en opstaan, waardoor hun bliksemsnelle reacties steeds beter worden. Op het complexe niveau van door middel van cultuur samenwerkende primaten kan zo een relatief (niet absoluut) vrije wil evolueren als de oefenplek voor sociale en morele leerprocessen. Het resultaat van al deze bewuste leerprocessen is een getraind onbewuste en enige wijsheid. Een kleini groep neuropsychologen denken dan helemaal ten onrechte dat er geen bewustzijn aan te pas is gekomen.

Al met al kan het heldere en diepgaande boek van Marc Slors nog vele boeiende discussies genereren. Het is een heel geschikt boek voor iedereen die niet houdt van overhaaste conclusies. Het boek tilt het Nederlandse debat over de vrije wil op een hoog niveau en verdient wat mij betreft een Engelse vertaling.


Fatal error: Call to undefined function adrotate_group() in /home/p17385/domains/worldforthinkers.com/public_html/wp-content/themes/EarthlyTouch/single.php on line 57