Is Bewustzijn slechts een bijverschijnsel? nog een notitie over de “vrije” wil

Is Bewustzijn slechts een bijverschijnsel? nog een notitie over de “vrije” wil

Door dr. P. Slurink. Volgens Jeroen van Baar (Volkskrant, opinie, zaterdag 24 september) stemt het idee van de vrije wil optimistisch, maar blijft het natuurlijk een illusie. “Het idee van een vrije wil is een resultaat van bewustzijn. We beseffen dat we bepaalde drijfveren hebben, en we realiseren ons dat we handelende organismen zijn. Maar dat betekent niet dat ons bewustzijn (slechts een lijdend voorwerp) ook een daadwerkelijk invloed kan hebben op de dingen die we doen en bewust meemaken.” Deze benadering van bewustzijn en de vrije wil wordt tegenwoordig door veel neurowetenschappers aangehangen en lijkt ook aan te sluiten bij het “wetenschappelijk wereldbeeld”. Daarom werd het in een vorige eeuw zelfs verdedigd door Darwin’s “bulldog” Thomas Huxley. Hij vergeleek het bewustzijn met de rookpluim uit een stoomtrein: het volgt de trein bijna overal, maar heeft geen invloed op haar koers. Het bewustzijn is slechts een lijdend voorwerp, zoals Jeroen van Baar het noemt, een bijverschijnsel of epifenomeen, en daarom noemt men dit idee epifenomenalisme. Wellicht het mooist is het verkondigd door Friedrich Nietzsche in zijn “Godenschemering”(Götzendämmerung). “Das sogenannte ‘Motiv’: ein andrer Irrtum. Bloβ ein Oberflächenphänomen des Bewuβtseins, ein Nebenher der Tat, das eher noch die antecedentia einer Tat verdeckt, als daβ es sie darstellt… Es gibt gar keine geistigen Ursachen!” Het epifenomenalisme lijkt een triomf van consequent doordenken in termen van oorzaak en gevolg.

            Maar is het echt in overeenstemming met de huidige stand van zaken in het “wetenschappelijk wereldbeeld”? Immers, tegenwoordig zijn we toch allemaal darwinisten? En als het bewustzijn slechts een krachteloos bijverschijnsel is, waarom is het dan geëvolueerd? Een indicatie dat het bewustzijn toch een bepaalde functie moet hebben is dat het meestal een graadmeter is van onze momentane aangepastheid. Als bewustzijn slechts een “lijdend voorwerp” was zouden we niet persé pijn hoeven voelen als we opeens één van onze vingers naast de snijmachine zouden zien liggen. Het zou net zo goed een ander gevoel of geen gevoel kunnen zijn. “If pleasures and pains have no efficacy, one does not see … why the most noxious acts, such as burning, might not give thrills of delight, and the most necessary ones, such as breathing, cause agony”, schreef William James al in zijn Principles of Psychology. Vanuit darwinistisch perspectief kan het geen toeval zijn dat onze bewustzijntoestanden ons meestal precies vertellen hoe we er qua fitness voorstaan. Dit alles wekt sterk de indruk dat bewustzijn onderdeel is van een feedback loop, waarin we moeten leren in ieder geval in de toekomst pijnlijke situaties te vermijden en aangename situaties te creëren. Bewustzijn lijkt een kenmerk van speelse en creatieve dieren die bij het verkennen van hun mogelijkheden moeten ervaren wat de consequenties zijn van hun gedrag. Zij leren door vallen en opstaan, maar vooral door te voelen bij het vallen. Bewustzijn bij deze dieren is dus niet alleen een “lijdend voorwerp”, maar vooral een werkwoord: het vormt een aangeboren kader om een niet geheel star genetisch voorgeprogrammeerd organisme de juiste kant op te sturen. Emoties lijken een soort “aangeboren belevingsstructuren” die niet ons gedrag determineren, maar wel een kader vormen waarin gedragspatronen binnen adaptieve marges blijven.

            Oké, Jeroen van Baar en andere neurowetenschappers zijn misschien ruimdenkend genoeg om te willen geloven dat het bewustzijn ergens toe dient. Maar de vrije wil, dat “theologen-kunstwerkje met als doel de mensheid een schuldgevoel te bezorgen”, om Nietzsche te parafraseren? Dat moet toch volledig in strijd zijn met het natuurwetenschappelijk wereldbeeld, waarin elke toestand van het universum volgt op een vorige toestand en elke hersentoestand volgt op een vorige hersentoestand? Filosofen (waaronder Evers en van Miltenburg, Volkskrant, 15 september) komen in dit soort gevallen nogal eens met een nogal formeel en logisch antwoord op dit probleem. Zij betogen dat vrijheid wèl kan samengaan met causaliteit, omdat causaliteit geen dwang is en de notie van een vrije wil geen oorzaakloze oorzaak veronderstelt, maar meer een soort denk-oorzaken. De vrije wil veronderstelt helemaal geen gaatjes in de natuurnoodzakelijkheid, want  dergelijke gaatjes zouden alleen maar willekeur tot gevolg hebben, geen vrijheid. Welnu, de hersenen zouden toch een soort denkpaneel kunnen zijn waarin gedrag wordt uitgedacht, net zo als een computer een oplossing van een som kan uitrekenen? Het nadeel van dit soort filosofische betogen is dat ze slechts de mogelijkheid van een dergelijke vrijheid beredeneren, maar niet ingaan op de omstandigheden waarin zoiets feitelijk zou kunnen evolueren. Ze geven daarmee ook geen volledig antwoord op de neuropsychologen die wel degelijk aantonen dat we in feite weinig transparant zijn voor onszelf en dat het onbewuste een grote rol speelt in ons handelen.

            Ook hier biedt een evolutionair perspectief de ruimte voor een wat concreter model van de vrije wil. Als vrijheid werkelijk alleen maar een illusie is, waarom hebben wij die illusie dan eigenlijk? Impliceert het feit dat wij neurale netwerken zijn dat we stomweg maar één koers kunnen volgen? Maar waarom zijn we dan continue aan het dromen en scenario´s aan het bedenken? Waarom genieten we voortdurend van verhalen waarin mensen langdurig wikken en wegen? Waarom kunnen we soms niet slapen als we voor belangrijke beslissingen staan? Zou dat echt nodig zijn als alle krachten ons maar één kant opsturen?

            Net zoals het bewustzijn ons de voor- en nadelen laat voelen van het volgen van diverse mogelijke koersen, zo zitten we niet volkomen vast aan onze onderling dikwijls tegengestelde neigingen. Kijk maar eens naar je kat die ook voortdurend aan het afwegen is wat hij of zij eigenlijk werkelijk wil: spelen, eten of slapen? Zelfs een kat heeft voortdurend meerdere mogelijkheden en weet niet voortdurend wat hij wil. Meestal overwint bij een kat de meest urgente impuls, waardoor hij tijdens het spelen zich plotseling gaat poetsen of plotseling door slaap wordt overmand. Maar een kat is nauwelijks in staat verschillende scenario’s met elkaar te vergelijken en zijn gedrag uren van tevoren te plannen, althans dat is nog niet door gedragsonderzoekers vastgesteld.

            Er zijn echter wel degelijk dieren die hun gedrag wel enigszins mòeten plannen en uitdenken, bijvoorbeeld dieren die gereedschappen gebruiken, zoals chimpansees. Mensen behoren ook tot die categorie. Bij dergelijke dieren moeten de plannen en de daarbij horende algemene wil enigszins los staan van de afzonderlijke impulsen en driften en deze soms opzij kunnen zetten. Dat geldt zeker voor dieren die onderling veel moeten kunnen samenwerken en die hun individuele impulsen soms ondergeschikt moeten maken aan hun rol binnen de groep, zoals wolven. Ook tot deze categorie behoren mensen. Dergelijke dieren moeten zich soms kunnen inhouden als het belang van de familie of groep erom vraagt of als het strategisch voordeel oplevert.

            Net zoals het bewustzijn vooral geëvolueerd lijkt te zijn bij dieren die niet helemaal star zijn voorgeprogrammeerd, zo lijkt het vermogen om de gevolgen van verschillende scenario’s van te voren te bedenken geëvolueerd om te overleven in een complexe wereld. Hoe vrijer je bent van je afzonderlijke driften, hoe beter je je soms kunt aanpassen. Hoe meer je de gevolgen van je gedrag kunt voorzien, hoe beter je in staat bent de wereld aan te passen bij je verlangens. Een sociaal en technisch wezen als de mens is niet langer alleen maar slaaf van zijn passies, maar denkt voortdurend strategieën uit om zijn passies binnen een bepaalde maatschappelijke en culturele rol te verwerkelijken. Daarbij moeten keuzes gemaakt worden, want niet aan elke drift kun je op elk moment toegeven.

            Als er dus zoiets bestaat als een vrije wil zou dat een aanpassing kunnen zijn aan een complexe sociale en technologische wereld, waarin voortdurend flexibiliteit vereist wordt. Zo’n talent zou ergens in het brein gelocaliseerd moeten kunnen worden. Inderdaad zijn er diverse gebieden in de voorhersenen die bij uitstek actief zijn bij het plannen en vooruitzien. Onze voorhersenen zijn deels zo groot, omdat wij sociale en technische dieren zijn die verder vooruit kunnen kijken dan enige andere diersoort. De vrije wil lijkt ons in staat te stellen steeds meerdere mogelijke scenario’s te vergelijken en te komen tot de creatieve koers die het best de belangen van onze genen dient. Vandaar dat genen voor zwaardere voorhersenen op een gegeven moment stand hebben gehouden in de populatie.

            De vrije wil impliceert dus niet dat er meerdere causale reeksen zijn, meer mogelijke universums, wel dat onze bewuste  koersbepaling onderdeel is van de causale reeks die ons gedrag bepaalt. Betekent dit nu dat het legertje neuropsychologen dat de vrijheid ontkent alleen maar onzin uitkraamt? Nee, natuurlijk niet. De filosofen die hen doorgaans bestrijden leggen voornamelijk nadruk op de formele mogelijkheid van een denkend en kiezend neuraal netwerk. Maar als je er vanuit een evolutionair perspectief naar kijkt, besef je al gauw dat de evolutie onmogelijk volkomen vrije wezens zou kunnen opwerpen. Een volkomen vrij wezen zou gemakkelijk “op hol” kunnen slaan en zich bijvoorbeeld alleen nog maar kunnen richten op genotsmaximalisatie. De wezens die feitelijk geëvolueerd zijn moeten voortdurend afwegingen maken tussen korte termijnbelangen en lange termijnbelangen, tussen individuele wensen en wensen van familie- en groepsleden. Hun vrijheid bestaat in het kunnen dansen in de ketenen van tegenstrijdige gevoelens (om weer Nietzsche te parafraseren).

            Bovendien zou het leven wel erg zwaar worden als we voortdurend over alles zouden moeten nadenken. We mogen dan relatief grote voorhersenen hebben, in het overgrote deel van onze alledaagse beslissingen werken we hetzelfde als katten. Met andere woorden: we laten de diverse impulsen gewoon naast elkaar bestaan en laten ons zo nu en dan overmannen door slaap, honger of andere impulsen. Een veelheid van taken is ook gedeeltelijk geautomatiseerd en we staan voortdurend onder invloed van subtiele suggesties uit onze omgeving. Dat is gemakkelijk door middel van psychologische proeven aan te tonen. Wat we hebben aan “vrije” wil is nu eenmaal geen vermogen om vanuit een soort skybox buiten en boven ons brein te staan, maar is ook onderhevig aan vermoeidheid en kan ook soms zomaar door de één of andere blinde aandrift opzij geduwd worden. Er is vaak sprake van een gevecht tussen “gevoel” en “verstand” en het is heel vaak de “vrije wil” die aan het korste eind trekt als we volledig worden weggesleept door onze emoties in een concrete situatie. De “vrije” wil staat in dienst van onze genen die deze omweg (domweg) hebben gekozen om ons in staat te stellen tot optimaal adaptieve keuzen in een hoogst onvoorspelbare omgeving. Maar dat betekent niet dat deze genen ook niet een aantal andere systemen in stand houden die in werking treden als het gedrag dat die zogenaamde “vrije” wil produceert weinig oplevert.

            De vrije wil is dus niet ontworpen om de genen te negeren, maar juist om deze optimaal te dienen. Dat impliceert dat onze vrijheid maar heel beperkt is en dat zij afhangt van factoren als zelfkennis, zelfbeheersing, inlevingsvermogen en het vermogen te plannen. In zekere zin is de ene mens een stuk vrijer dan de andere en in sommige fasen van ons leven zitten we eerder vast in een tunnelvisie dan in andere fasen. De theologisch-filosofische schematisering waarbij vrijheid absouut is en tegenover de natuur staat komt daarom neer op een overschatting van de mens. Vrijheid is slechts een vermogen om je bewuste ervaringen te gebruiken om de effecten van verschillende koersen in te schatten en zo juist een optimaal aangepast gedrag te bereiken. Het is geen vermogen je eigen natuur helemaal ex nihilo te kiezen, zoals ook Sartre nog dacht. Als je al kiezend voortdurend bepaalde emoties of aspecten van situaties negeert kroppen onbewuste emoties zich op die opeens tot een uitbarsting komen als je jezelf even niet beheerst. Vrijheid is wat dat betreft maar een wankel evenwicht, een klein bootje dat probeert een optimale koers te vinden op een zee van passies. Als je de geschiedenis overziet, is het echt niet een talent dat we met zijn allen zo veel en zo vaak vertonen dat we er voortdurend verschrikkelijk trots op kunnen zijn.

Pouwel Slurink studeerde filosofie in Nijmegen en promoveerde daar in 2002. Sindsdien geeft hij les aan verschillende instellingen, waaronder HOVO’s, het Instituut voor Filosofie, de ISVW en soms aan een universiteit.


Fatal error: Call to undefined function adrotate_group() in /home/p17385/domains/worldforthinkers.com/public_html/wp-content/themes/EarthlyTouch/single.php on line 57