Boekbespreking De utopie van de vrije markt

Boekbespreking De utopie van de vrije markt

‘Hans Achterhuis ontmaskert de ideologie van het neoliberalisme – met al haar verleidelijke én verwoestende kanten – tegen de achtergrond van de kredietcrisis. Het neoliberalisme blijkt net zo utopisch als het communisme. De retoriek is welhaast identiek en de gevolgen zijn net zo desastreus. En tot ieders verrassing blijkt het neoliberalisme te leiden tot vertraging in de groei.’. Met deze prikkelende woorden wordt de achterkant van het boek De utopie van de vrije markt (2010) gesierd.

Het boek van Hans Achterhuis, een filosoof en theoloog die inmiddels is uitgeroepen tot Denker des Vaderlands, verschijnt in een tijd waarin de glorie van het marktgericht denken ideologieën als het communisme en het socialisme definitief van het politieke (wereld)toneel lijkt te hebben verdreven. Zo maakt Europa de laatste jaren een serieuze ‘verrechtsing’ door en lijken haar inwoners het pad van het neoliberalisme met ferme tred in te zijn geslagen. Dit alles in de veronderstelling dat de vrije markt het ultieme model vormt om politieke problemen op te lossen en de economie gezond te krijgen alsook te houden.

De denker Hans Achterhuis (1942) trekt deze veronderstelling ernstig in twijfel en toont op niet mis te verstane wijze aan dat hier slechts sprake is van een utopische belofte. Het adagium dat Achterhuis bij deze onderneming in gedachten houdt is afkomstig van Spinoza en houdt in dat de menselijke verhoudingen zonder vooringenomenheid moeten worden bestudeerd. Geconstateerd kan worden bij het lezen van De utopie van de vrije markt dat hij zich aan dit adagium houdt en daarbij ook zijn eerdere opvattingen en uitlatingen niet ontziet. Met enige regelmaat herziet Achterhuis zijn eerder ingenomen posities als gevolg van blinde vlekken en aannames die bij nadere studie niet langer houdbaar zijn gebleken.

            De utopie van de vrije markt is opgebouwd uit vier grote delen.

Het eerste deel vormt de basis van het boek en geeft de grondgedachte van het neoliberalisme weer dat ontmaskerd wordt als utopie. Hierbij staat het gedachtegoed van de filosofe Ayn Rand, vooral tot uitdrukking gebracht in haar roman Atlas Shrugged (1957), centraal. In tegenstelling tot Europa heeft haar denken in Amerika bij de ‘gewone man’ onwaarschijnlijk stevig wortel geschoten. (De volgens Rand linkse intellectuele elite reageerde ronduit negatief op haar werk.) De hoeveelheid aandacht die Achterhuis aan haar filosofie besteedt komt voort uit het feit dat Achterhuis haar werk ziet als een popularisering van het denken van de econoom en neoliberaal Friedrich von Hayek; langs deze weg gaf Rand de neoliberale utopie, ‘de utopie van de begeerte’, gestalte. 1 Daar waar Hayek meent dat maatschappelijke verbeteringen tot stand moeten komen door aparte delen van die samenleving zeer gedoceerd te veranderen, deinst Rand er niet voor terug om radicaal met de bestaande traditie te breken. De behoefte aan een revolutie of radicale breuk met een bestaande situatie of traditie is één van de kenmerken van een utopie, zo kunnen we niet alleen van Achterhuis (De erfenis van de utopie) leren, maar ook van de Britse cultuurfilosoof Roger Scruton (Het nut van pessimisme en de gevaren van de valse hoop (2010), pp. 76-77). 2 3

Achterhuis deelt de lezer mee dat we volgens Rand alleen dienen te geloven ‘in een objectief kenbare werkelijkheid die met de menselijke rede te vatten is, waarbij het volgen van eigen belangen geen subjectieve keuze is, maar objectief gezien de meest redelijke optie is’; een denkwijze die als Objectivisme door het leven gaat. Het rationele eigenbelang komt het sterkst tot wasdom via scheppende activiteiten uitmondend in het produceren van eigendommen; dit alles slechts ter faveure van het individu en in eerste instantie zeker niet ten voordele van de samenleving. Het overleven van de mensheid is volgens Rand gebaseerd op zeer succesvolle producenten, zo laat Achterhuis ons weten. In de ideale wereld van Rand draait alles om produceren, concurreren en handel. Niets, maar dan ook niets, gebeurt uit altruïsme, medemenselijkheid of vriendschap.

Deze ideologie inclusief een ultrakapitalistisch mensbeeld, bracht Alan Greenspan, leerling van Ayn Rand en lange tijd de president van de Amerikaanse Federal Reserve Bank, ertoe om een financiële politiek te voeren die, geheel tot zijn eigen verbazing, uiteindelijk leidde tot een wereldomvattende kredietcrisis. ‘Hoe een utopisch geloof letterlijk blind kan maken voor de harde feiten, blijkt uit de diepe overtuiging waarmee Alan Greenspan alle economische gegevens die op een kredietcrisis wezen, bewust negeerde.’, zo luiden de woorden van Hans Achterhuis op de achterzijde van De utopie van de vrije markt. De kredietcrisis, met de crisis op de huizenmarkt in haar kielzog, bewijst dat marktwerking alleen, dus met uitsluiting van overheidsingrijpen, niet de benodigde antwoorden levert op onze politieke en economische problemen.

Het gehele eerste deel van het boek van Hans Achterhuis kan gezien worden als een tekst die de leemte opvult in het kennisbestand van ons Europeanen ten aanzien van de grondslag van het heersende kapitalisme in Amerika. Vanaf deze plaats, dank daarvoor!

            Het tweede deel van De utopie van de vrije markt is te beschouwen als een rondgang door de economische geschiedenis van de mensheid. We leren hiervan dat het goede leven zich niet alleen veelal buiten de markt afspeelt, maar ook buiten de staat. Achterhuis vestigt terecht de aandacht op de onontkoombaarheid van wederkerigheidsrelaties die nodig zijn voor het bestaan van een gemeenschap. Wetenschappelijk onderzoek van de laatste jaren, zoals dat van de primatoloog Frans de Waal bijvoorbeeld, laat zien dat niet alleen fenomenen als eigenbelang, egocentrisme, begeerte, concurrentie en strijd een overlevingswaarde hebben maar dat samenwerking, altruïsme en wederkerigheid qua overlevingswaarde voor een gemeenschap hier niet voor onderdoen. (Het werk van Frans de Waal komt slechts eenmaal via de bespreking van het werk van Aafke Komter kort ter sprake in het boek van Achterhuis.) Hans Achterhuis kan ten aanzien van een doordenking van deze thematiek verder op weg worden geholpen.

Neurowetenschappelijk onderzoek, zoals o.a. uitgevoerd door Antonio Damasio, laat nl. zien dat rationaliteit, redelijkheid en normativiteit zonder gevoelsleven, waaronder de ‘ik-beleving’ en de ‘ik-ander-beleving’ (algemener ‘subject-object-beleving’), niet mogelijk is. Niet alleen gevoelens die ten grondslag liggen aan strijdlustig gedrag en marktgericht denken maar ook gevoelens die nodig zijn voor de totstandkoming van wederkerigheidsrelaties en altruïsme spelen hierbij een cruciale rol. De opvatting van Ayn Rand, dat het volgen van eigen belangen geen subjectieve keuze is, maar objectief gezien de meest redelijke optie is, wordt dus vanuit recent wetenschappelijk werk niet ondersteund. Bij het maken van keuzes ten behoeve van een goed en redelijk leven spelen zowel subjectieve als objectieve aspecten een rol. Rand heeft geen oog voor de invloed van emoties die spelen bij de manifestatie van de subjectieve emotiemoralen (zoals die recentelijk ook zijn beschreven door Jan Verplaetse in zijn boek Het morele instinct. Over de natuurlijke oorsprong van onze moraal (2008) ). De objectieve rationele ethiek, zoals bijvoorbeeld die van Immanuel Kant (1724-1804) of Jeremy Bentham (1748-1832), vormen een aanvulling en/of een correctie op de subjectieve emotiemoralen maar vervangen deze niet.

Aangezien Ayn Rand met haar Objectivisme de pretentie heeft een volledig en volwaardig filosofisch systeem te bieden, zo leren we van Achterhuis, kan er dus ook op haar metafysica/ontologie en epistemologie de nodige kritiek worden geleverd. 4 De in ontologisch opzicht subjectieve zijde van het bestaan, het domein van het subjectieve denken, emoties en gevoelens, 5 inclusief de invloed ervan op onze (wetenschappelijke) theorievorming en ons handelen, wordt qua metafysische status in het werk van Rand ernstig tekort gedaan. 6 Deze grote omissie in het werk van Rand kan vermoedelijk medeverantwoordelijk worden gehouden voor haar utopisch denken op het terrein van haar politieke en sociale filosofie. 7 Tot zover de aanvullende opmerkingen op het onderzoek van Achterhuis.

            Het derde deel van De utopie van de vrije markt is gewijd aan het denken over de vrije markt. Achterhuis werkt deze thematiek uit door het werk van achtereenvolgens Aristoteles, Thomas More, John Locke, Adam Smith, Jeremy Bentham, Karl Marx, Ēmile Durkheim en John Maynard Keynes te behandelen. Hier zal worden afgezien deze exercitie nog eens dunnetjes over te doen. Maar dat Achterhuis deze bespreking op vruchtbare en doeltreffende wijze uitvoert mag worden gezegd.

            Het vierde deel van De utopie van de vrije markt heeft als titel ‘De gerealiseerde utopie van de vrije markt’. Hierin worden economische en politieke zaken aan de orde gesteld die zeer actueel zijn en roepen om een adequate duiding. Achterhuis slaagt erin om onderwerpen als ‘hebzucht en bonussen’, de marktwerking in de zorg en de gehele neoliberale teneur waarmee we op dit moment op het politieke en economische wereldtoneel geconfronteerd worden, in een passend perspectief te plaatsen. Achterhuis verleent de titel ‘De neoliberale tsunami’ aan dat deel in dit hoofdstuk waarin hij de hulpverlening aan de bevolking op Sri Lanka bespreekt aan de hand van het werk van Naomi Klein. We staan hier iets langer bij stil omdat in deze bespreking de desastreuze gevolgen van de utopie van de vrije markt op zeer markante wijze zichtbaar worden.

Het is schrijnend om te lezen hoe de fysische tsunami gebruikt is om de neoliberale agenda op te dringen aan de bevolking van Sri Lanka; een bevolking die na deze ‘hulpverlening’ zelf is gaan spreken over een ‘tweede tsunami’ die het land getroffen heeft. Het in één klap verdwijnen van de bestaande instituties, wetten, langzaam tot stand gekomen gebruiken en verzamelde wijsheden, hielpen de condities scheppen om dit gebied geheel opnieuw langs neoliberale Washington Consensus op te bouwen ten koste van de lokale bevolking en hun cultuur. De hulpverlening, die niets anders bleek te zijn dan een ongevraagde en opgedrongen neoliberale missie met aantoonbaar negatieve gevolgen voor de hulpbehoevenden, is te classificeren als de uitvoering van een utopisch programma die alleen mogelijk werd door een radicale breuk met het verleden.

            Tot slot, de epiloog van De utopie van de vrije markt. Na het vallen van de Berlijnse Muur is het voormalig socialistische en communistische bolwerk bekend komen te staan als zijnde een utopie. Nu ontmaskert Hans Achterhuis het marktgericht denken, zoals vormgegeven in het neoliberalisme, ook als een utopie. Wat rest ons nog te denken over een gerechtvaardigde sociale en politieke filosofie. Gelukkig wijst Achterberg in zijn epiloog een weg die in de toekomst bewandeld zou kunnen worden. Hij pleit voor een herstel van de verhouding tussen markt, staat en burgermaatschappij (‘civil society’). Deze burgermaatschappij bestaat uit mensen ‘die zelf hun verantwoordelijkheid nemen en marktpartijen (evenals overheidsdienaren) op persoonlijke titel aanspreken en zo nodig tot de orde roepen. Dan gaat het dus om persoonlijke initiatieven, waar mogelijk versterkt door institutionele platforms voor moreel beraad.’.

In zijn pleidooi voelt Achterhuis zich gesteund door het werk van Aristoteles en diens deugdenethiek. Volgens deze oude Griekse denker hebben we naast praktische wijsheid, moed, zelfbeheersing en maatgevoel ook rechtvaardigheid nodig waarbij het algemeen belang centraal staat. Echter, de deugdenethiek van Aristoteles mag misschien een belangrijk deel van het slotstuk van het boek van Achterhuis vormen, maar is geenszins het sluitstuk van de dialoog over deze materie. Immers, de ethiek van Aristoteles is onder filosofen bepaald niet onbesproken gebleven en vraagt om nadere studie wanneer het gaat om deze in ons huidig tijdsgewricht op waarde te schatten. Laat de verschijning van het boek van Achterhuis het startpunt zijn voor een nieuw debat over staatsinrichting en de wijze waarop de globalisering, o.a. op het gebied van de economie, vorm moet worden gegeven.

Een al eerder gemaakte algemene opmerking en lofprijzing is dat Achterhuis in staat is zijn opvattingen en door hem eerder ingenomen posities openlijk te herzien. Dit komt de geloofwaardigheid van zijn boek ten goede. Zo schrijft hij bijvoorbeeld in alle intellectuele kwetsbaarheid:

“De dystopische trekken van de neoliberale utopie tekenden zich in de loop van mijn onderzoek wel steeds duidelijker af: verschraling van menselijke relaties omdat de hele wereld tot een markt wordt gereduceerd, gewelddadige onteigening en ontworteling van grote groepen mensen, toenemende sociale ongelijkheid, uitsluiting van burgers die de concurrentiestrijd op de markt niet aankunnen, afbraak van de politieke macht van gemeenschappen, een paradoxale toename van toezicht en controle. Deze dystopische schaduwkanten liegen er niet om. Maar bij al deze negatieve punten bleef ik geloven dat de vrijmaking van de markt in elk geval economisch haar beloften zou hebben waargemaakt in de vorm van een wereldwijde groei van economie en welvaart, hoe ongelijk die welvaart ook mocht zijn verdeeld.” (p. 296).

Achterhuis laat vervolgens aan de lezer zien hoe hem, tijdens het voortschrijden van zijn onderzoek, de schellen van de ogen vielen.

            Al met al is het boek van Hans Achterhuis inderdaad ‘een ware eye-opener’ zoals Dirk Verhofstadt in Liberales schrijft. Daarnaast zou het misschien ook gepositioneerd kunnen worden als fundament voor het partijprogramma van (paarse) partijen zoals D66 (en GroenLinks). Het betreft hier in ieder geval een zeer opmerkelijk en bijzonder leerzaam boek dat eigenlijk verplichte kost zou moeten zijn voor alle politici, beleidsmedewerkers, ondernemers, burgers en stemgerechtigden, kortom, voor iedereen.

  1. De oorspronkelijke liberale stroming wordt gedragen door denkers als John Locke, Adam Smith, Jeremy Bentham en Ludwig von Mises. Naast Hayek kan ook de econoom Milton Friedman gezien worden als één van de architecten van het neoliberalisme. Achterhuis houdt hem direct en indirect verantwoordelijk voor veel pogingen om de utopie van het vrijemarktkapitalisme te realiseren.
  2. In tegenstelling tot neoliberalen zijn conservatieve denkers als Hume, Smith, Burke, Oakeshott en Scruton uitstekend in staat om een combinatie van het vrije marktdenken en een traditionele maatschappijvisie te verdedigen.
  3. De kritiek van Scruton op utopieën komt in de volgende frase helder tot uitdrukking: “Karl Popper bestempelde het vermijden van weerlegging als het kenmerk van pseudowetenschap; hij zag falsifieerbaarheid als de ruggengraat van de wetenschappelijke methode en van de manier waarop wij, rationele wezens, onderhandelen over het leven, ‘zodat onze hypotheses sterven in plaats van wijzelf’, zoals zijn fameuze uitspraak luidde (Popper 1972, p. 248). Maar de utopistische immuniteit voor weerlegging is naar mijn overtuiging een immuniteit op een dieper niveau dan de immuniteit die Popper signaleerde in de pseudowetenschappen van zijn tijd. Want ze paart zich aan het besef dat de utopie onmogelijk is. Onmogelijkheid en onweerlegbaarheid gaan onbekommerd hand in hand.” (Scruton 2010, pp. 69-70). (In het boek Objective Knowledge: An Evolutionary Approach (1972) dat Popper schreef, ontwikkelde hij een driewereldentheorie met als doel objectieve theorievorming, zoals dat in echte en goede wetenschap plaatsvindt, van het subjectieve denken te onderscheiden.)
  4. Ayn Rand streeft een filosofisch systeem na met daarin een metafysica, epistemologie, ethiek, esthetiek en politieke filosofie.
  5. In feite betreft het de gehele inhoud van Poppers wereld 2.
  6. Theorievorming (conceptueel) vindt plaats in Poppers wereld 3 en ons handelen in Poppers wereld 1. (Epistemologisch beschouwd zijn de werelden 1 en 3 toegankelijk vanuit het 3e persoonsperspectief terwijl wereld 2 alleen toegankelijk is vanuit het 1e persoonsperspectief.) Rands Objectivisme hoort ook thuis in wereld 3 en heeft eveneens een substraat van subjectieve gevoelens en subjectieve (ongeconceptualiseerde) gedachten die van invloed zijn.
  7. Deze beweringen zijn gebaseerd op de informatie over Ayn Rand zoals die via het boek van Achterhuis tot de lezer komt.

Fatal error: Call to undefined function adrotate_group() in /home/p17385/domains/worldforthinkers.com/public_html/wp-content/themes/EarthlyTouch/single.php on line 57