De metafysica van de tijd

De metafysica van de tijd

Stelt u zich eens het volgende voor. U bevindt zich in een achtbaan en beweegt zich met duizelingwekkende snelheid over de rails van de achtbaan. De volledige rit duurt drie minuten. Door alle sensaties die u ondergaat en alle stoffen die in uw lichaam vrijkomen, heeft u de indruk dat de rit slechts een halve minuut heeft geduurd. Wanneer u weer op de grond staat en van de schrik bekomen bent, vertelt u uw vrienden hoe u de rit in de achtbaan beleefd heeft en dat het voor uw gevoel allemaal zo ongelofelijk snel ging.

Het bovenstaande voorbeeld laat zien dat er een onderscheid gemaakt kan worden tussen drie soorten tijd. De eerste tijd is de tijd die gemeten is met behulp van een horloge bijvoorbeeld en laat zien dat de volledige rit drie minuten duurt. De tweede tijd is de tijd zoals u die, als gebruiker van de achtbaan, beleefd heeft. Deze kan door alle ongebruikelijke ervaringen aardig afwijken van de eerste tijd, de zogenoemde ‘kloktijd’. (Vervelende gebeurtenissen duren in de beleving van mensen doorgaans langer dan daadwerkelijk het geval is. Leuke gebeurtenissen daarentegen duren doorgaans korter dan daadwerkelijk het geval is in de beleving van mensen. Voor beide groepen gebeurtenissen geldt dat de connectie tussen de ‘kloktijd’ en de ‘beleefde tijd’ verkleind is.) Wanneer u verslag doet van uw belevenissen in de achtbaan gebruikt u concepten, getallen etc. die opgenomen zijn in een ‘geconceptualiseerde tijd’; deze vormt de derde soort tijd. De eerste twee vormen van tijd zijn bekend en worden door de Franse filosoof Henri Bergson (1859-1941) aangeduid met respectievelijk ‘le temps’ en ‘la durée’. 1 De filosofe Joke J. Hermsen heeft onlangs met haar boek Stil de tijd (2009) op succesvolle wijze nog eens aandacht voor dit onderscheid gevraagd. De term ‘geconceptualiseerde tijd’ is nieuw en vraagt daarom om een toelichting.2

De ‘geconceptualiseerde tijd’ houdt een tijdsverloop in die gebaseerd is op MOGELIJKE ontwikkelingsvolgorden van abstracte entiteiten en niet alleen op de historisch gerealiseerde door middel van ontdekking. Concepten, theorieën en andere abstracte entiteiten ontlenen hun potentiële bestaan aan deze mogelijke ontwikkelingsvolgorden en zijn dus ingebed in de zogenoemde ‘geconceptualiseerde tijd’. Bepaalde concepten of theorieën zijn pas mogelijk nadat zekere concepten of theorieën al in potentie bestaan. De ‘geconceptualiseerde tijd’ wordt gekenmerkt door een zeer specifiek soort ‘eerder’ en een zeer specifiek soort ‘later’. Het verslag van de rit in de achtbaan dat u uitbrengt aan uw vrienden, zoals beschreven in het eerder gegeven voorbeeld, bevat allerlei concepten en theoretische constructen. Uw verslag kan, afhankelijk van de vernuftigheid en gedetailleerdheid waarmee u dit verslag inhoud geeft, bijdragen aan de historische realisatie van mogelijke ontwikkelingsvolgorden van concepten en/of theorieën.

Wanneer men het universum van betekenissen onderscheidt van het universum van het mogelijke, hetgeen op zich een zelfstandige rechtvaardiging behoeft, kan men met betrekking tot het universum van betekenissen de conceptuele tijd duiden als een logische tijd. Neem bijvoorbeeld de vergelijking ‘3+6 > 5’. In deze vergelijking wordt het getal 5 vergeleken met de som van de getallen 3 en 6. De optelling van de getallen 3 en 6 gaat logisch vooraf aan de vergelijking hiervan met het getal 5. Er is dus sprake van een logisch ‘eerder’ en een logisch ‘later’ met betrekking tot betekenissen. De ene betekenis is een logische vooronderstelling voor de andere. Zo heeft de vergelijking ‘3+6 > 5’ slechts betekenis als ‘3+6’ een betekenis heeft.

Gegeven zijn dus de fysische ‘kloktijd’, de ‘beleefde tijd’ en de ‘geconceptualiseerde tijd’. Wanneer nu de vraag wordt gesteld of deze drie soorten tijd daadwerkelijk bestaan moet er onderzocht worden in hoeverre de drie verschillende soorten tijd tot elkaar reduceerbaar zijn. Indien bijvoorbeeld de ‘geconceptualiseerde tijd’ reduceerbaar blijkt tot de ‘beleefde tijd’ die op zijn beurt weer reduceerbaar blijkt tot de fysische ‘kloktijd’, dan kan gesteld worden dat de geschiedenis van de totale werkelijkheid zich voltrekt binnen één soort tijd, nl. de fysische ‘kloktijd’. Alle entiteiten en relaties waaruit de werkelijkheid is opgebouwd bestaan dan in het ‘weefsel’ van de fysische ‘kloktijd’. Aangezien er drie soorten tijd in het geding zijn, zijn er een aantal verschillende reducties mogelijk. Wanneer blijkt dat er geen enkele reductie mogelijk is, dan moet gesteld worden dat de totale werkelijkheid opgebouwd is uit drie soorten weefsels van tijd.

Het beoogde onderzoek kan starten met de verdere uitwerking van de volgende twee punten:

1)      De fysische ‘kloktijd’ lijkt onafhankelijk van levende organismen te kunnen bestaan. Een universum zonder levende wezens bijvoorbeeld kan zich volledig ontwikkelen binnen de fysische ‘kloktijd’. De ‘beleefde tijd’ daarentegen lijkt alleen toe te komen aan het leven van dieren en mensen. De ‘geconceptualiseerde tijd’ lijkt alleen betrekking te hebben op hoger ontwikkelde organismen. Zo bezien lijkt de reductie van de ‘geconceptualiseerde tijd’ naar de ‘beleefde tijd’ het meest eenvoudig te realiseren te zijn.

2)      Verder kan er gekeken worden naar de kentheoretische (object-subject relatie) kant van het onderscheiden van drie soorten tijd. De fysische ‘kloktijd’ en de ‘geconceptualiseerde tijd’ hebben gemeenschappelijk dat ze publiekelijk toegankelijk en dus kenbaar zijn vanuit een derde persoonsperspectief, ook wel het Goddelijk ‘point of view’ genoemd. De ‘beleefde tijd’ daarentegen is niet publiekelijk maar alleen particulier toegankelijk en is dus alleen kenbaar vanuit een eerste persoonsperspectief (het ‘ik-perspectief’). Aangezien er in de filosofische literatuur geen overtuigend betoog te vinden is waaruit blijkt dat het eerste persoonsperspectief te reduceren is tot het derde persoonsperspectief of vice versa, kan geconcludeerd worden dat de werkelijkheid uit minimaal twee soorten tijd bestaat. (Ook ‘de methode van de heterofenomenologie’, die ontwikkeld is door D.C. Dennett in Consciousness Explained (1991), kan, gezien de stevige kritiek die hierop is geformuleerd, niet geaccepteerd worden als een methode om het eerste persoonsperspectief te omzeilen.)

Een onderzoek waaruit moet blijken dat de drie verschillende soorten tijd in welke vorm dan ook tot elkaar te reduceren zijn zal, gezien de problemen die opgeworpen zijn in de bovengenoemde punten, op zeer veel weerstand stuiten.

Tijd voor een pauze………

  1. Op het gebruik van dit onderscheid door Bergson valt veel kritiek te leveren. Zie bijvoorbeeld Intellectueel bedrog (1997, 1998, 1999) van A. Sokal en J. Bricmont, hoofdstuk 12.
  2.  Zie De Emergentie en Evolutie van Drie Werelden. Tweede Revisie van Poppers Driewereldentheorie (De Vries 2009, p. 171).

Fatal error: Call to undefined function adrotate_group() in /home/p17385/domains/worldforthinkers.com/public_html/wp-content/themes/EarthlyTouch/single.php on line 57