“Réponse à un certain Hollandais: D.V. Coornhert over de grenzen van zijn tijd”

“Réponse à un certain Hollandais: D.V. Coornhert over de grenzen van zijn tijd”

Universiteit Gent i.s.m. Coornhert Stichting

Mr. dr. Jaap Gruppelaar, Prof. dr. Jürgen Pieters, Dra. Julie Rogiest

Pand, Zaal Rector Blancquaert (Onderbergen 1, 9000 Gent)

17-18 juni 2011

 

In 1586 verscheen van de hand van D.V. Coornhert (1522-1590) het ethische traktaat Zedekunst dat is wellevenskunste. Dit werk staat bekend als de eerste gesystematiseerde ethica in de volkstaal. Samen met tal van kleinere traktaten biedt het een mooi overzicht van het gedachtegoed van zijn auteur. Coornherts ethica staat centraal in een studiedag die op 17- 18 (ochtend) juni 2011 wordt georganiseerd door het onderzoekscentrum GEMS (Group for Early Modern Studies, Universiteit Gent) en de Coornhert Stichting. Door zijn keuze voor de volkstaal heeft Coornhert nooit een ‘Europees podium’ bereikt. Nochtans stond hij met zijn ethische visie op de verhouding van het individu tot God en de samenleving niet alleen. Hij maakte deel uit van een beweging die haar wortels had in de Nederlanden (erasmianisme) en in andere landen van Europa (neostoïcisme, spiritualisme).

Wegens zijn principieel pleidooi voor volledige godsdienstvrijheid was de auteur van de Zedekunst niet alleen in eigen streek omstreden, maar ook buiten de landsgrenzen. Bekend is de kritische reactie van Calvijn op Coornherts vrijzinnigheid. De titel van deze conferentie refereert aan deze reactie (“Réponse à un certain Hollandais”). Zijn strijd tegen calvinistische leerstukken, m.n. de leer van erfzonde en predestinatie, maakte hem vooral in eigen land bij de gereformeerden gehaat.

Coornhert raakt duidelijk aan de ‘tere plekken’ van zijn tijd. Het is de bedoeling van deze conferentie om via de polemische inzet van Coornherts ethiek ons beeld van de 16e eeuw nader te onderzoeken. Hoe kunnen we via Coornhert naar de geboortepijnen van het moderne Europa kijken en hoe kunnen we op die manier het belang van zijn werk in het denken van die tijd aanwijzen? Ook de interpretatie van Coornherts ethiek is uiteraard nog steeds onderwerp van debat: was hij rationalist, spiritualist, of beide? Daarnaast is het de bedoeling aandacht te besteden aan de diverse ‘moderne’ visies op de ethiek van het vroegmoderne Europa die mogelijk nieuw licht kunnen werpen op Coornherts werk (o.a. W. Dilthey, M. Foucault, S. Greenblatt, Ch. Taylor, J. Papy, J. Passmore).

Aanmelding: jurgen.pieters@ugent.be, j.gruppelaar@kpnplanet.nl, julie.rogiest@ugent.be

 

Vrijdag 17 juni

9u45                  koffie en ontvangst

10u15                verwelkoming

10u30 – 11u       Mr. dr. Jaap Gruppelaar: “Structuur en strekking van Coornherts Zedekunst (1586)”

11u – 11u30       Dr. Paul Juffermans: “Coornhert en Spinoza, Zedekunst en Ethica.

11h30 – 12u       discussie

12u – 13u30       lunch

13u30 – 14u       Prof.dr. Dirk Coigneau:” ‘Fy der zotheyd’! Coornhert en de Nederlandse zotheidsliteratuur”

14u – 14u30       Dr. Stijn Bussels & drs. Jeroen Vandommele: “Uyt om eyghen profijt. De beeldvorming van rijkdom en koopmanschap bij Coornhert en in de handelsmetropool Antwerpen”

14u30 – 15u       discussie

15u – 15u30       koffie

15u30 – 16u       Dra. Julie Rogiest: “Dirck Volckertszoon Coornhert, libertijn? Peiling a.d.h.v. Zedekunst dat is wellevenskunste (1586)”

16u – 16u30       Dr. Ruben Buys: “In de ban van de ‘Duytsche Theologus’. Spiritualistische elementen in Coornherts ‘redelijke’ ethiek”

16u30 – 17u       discussie

 

Zaterdag 18 juni

9u – 9u30           koffie en ontvangst

9u30 – 10u         Dr. Gerlof Verwey: “Hoe zag Coornhert zichzelf?”

10u – 10u30       Prof. Dr. Jürgen Pieters: “Inner self-fashioning: Coornhert over de vormgeving van de menselijke identiteit”

10u30 – 11u       discussie

11u – 11u30       slotbeschouwing

 

Abstracts

 

Jaap Gruppelaar – Structuur en strekking van Coornherts Zedekunst (1586)

De Zedekunst is de eerste ethica geschreven in een landstaal. Het is een van de weinige werken van Coornhert die – m.n. onder neerlandici – in de belangstelling is blijven staan. Onder filosofen is ook dit werk van Coornhert nauwelijks gerecipieerd en becommentarieerd en nog wel het minst in eigen land (Becker, 1982 [1942]). Deze non-receptie is verklaarbaar. Coornhert was in de beginjaren van de Republiek de spil in allerlei cruciale disputen (over godsdienstvrijheid en dus over ‘nationale’ veiligheid/identiteit) en zo omstreden dat in de generaties na hem zelfs degenen die in zijn lijn dachten (en handelden) meestal liever niet vrijuit zijn naam noemden of naar zijn werk verwezen. Deze inhibitie is vervolgens een eigen leven gaan leiden en heeft ervoor gezorgd dat Coornherts werk in de vergetelheid is geraakt.

Er zijn goede redenen om Coornhert aan de vergetelheid te onttrekken. Juist het polemisch gehalte van zijn werk biedt ons nu een fraai uitzicht op de toenmalige strijd over politiek én mensbeeld. In recente studies over de Renaissance staat deze relatie van politiek (staatsvorming, maatschappelijke disciplinering) en mensbeeld (m.n. individualisme, zelfdiscipline, self-fashioning), meer bepaald de inzet en implicaties van het (16e eeuwse) neostoïcisme volop in de aandacht (Foucault, Greenblatt, Taylor, Gorski, Oestreich, Nussbaum).

In mijn bijdrage aan de conferentie wil ik de structuur en strekking van de Zedekunst uiteenzetten, daarbij met name lettend op de betekenis van Coornherts christelijk-neostoïcisme (of beter misschien neochristelijk-neostoïcisme), zijn visie op deugd en zonde, op rationaliteit en godsvertrouwen. Genoemde Renaissance-studies zal ik betrekken bij mijn uiteenzetting. Mijn bijdrage wil ik tevens gebruiken voor de inleiding op de hertaling van de Zedekunst die ik momenteel onderhanden heb en die begin 2012 zal verschijnen.

Mr. dr. Jaap Gruppelaar (1958) is filosoof-historicus en jurist. Hij is werkzaam als zelfstandig bestuursjurist en als editor bij de Coornhert Stichting. Recente publicaties: J. Gruppelaar, J.C. Bedaux en G. Verwey (red.), Coornhert – Synode over gewetensvrijheid (2008), J. Gruppelaar (red.), Coornhert – Politieke Geschriften (2009) en J. Gruppelaar & G. Verwey (red.), D. V. Coornhert: Polemist en vredezoeker (2010).

 

Paul Juffermans – Coornhert en Spinoza, Zedekunst en Ethica

Er ligt bijna een eeuw tussen de publicatie van Coornhert’s Zedekunst (1585) en Spinoza’s Ethica (1677). Kan men bij een vergelijkende studie van beide werken tot de conclusie komen dat Coornhert’s werk de geest ademt van de premoderniteit en Spinoza’s geschrift die van de moderniteit? Tussen het eerste en het tweede geschrift hebben immers ontwikkelingen plaatsgevonden als de opkomst van de moderne natuurwetenschap en in het voetspoor daarvan de moderne filosofie, met name in de figuur van Descartes, de directe voorganger van Spinoza. Zou men ook kunnen stellen dat Coornhert’s opvattingen over zedekunst nog uitgaan van een religieus wereldbeeld, terwijl die van Spinoza een seculier wereldbeeld impliceren? Waarin zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen tussen beide werken gelegen?

Welk wereld- en mensbeeld ligt aan beide geschriften ten grondslag? Van welk rationaliteitsconcept wordt in beide werken uitgegaan? En hoe hangt dit alles samen met de verschillende historische context, waarin beide werken geplaatst dienen te worden?

Dr. Paul Juffermans (1945) is arts en filosoof. Hij promoveerde in 1982 op een proefschrift over het overheidsbeleid in de gezondheidszorg in Nederland. In 1989 begon hij aan de studie filosofie met als specialisatie godsdienstfilosofie. In 2003 promoveerde hij op een proefschrift, getiteld Drie perspectieven op religie in het denken van Spinoza. Hij publiceert over Spinoza’s filosofie en over godsdienstfilosofie in het algemeen. Hij werkt momenteel als filosofiedocent aan diverse instellingen voor Hoger Onderwijs Voor Ouderen (HOVO).

 

Dirk Coigneau – ‘Fy der zotheyd’! Coornhert en de Nederlandse zotheidsliteratuur

Zoals het in een toegepaste ‘redenkaveling’ past, worden in Coornherts Zedekunst (1586) de betekenis en ‘kwantiteit’ (reikwijdte) van de gebruikte kernbegrippen duidelijk omschreven. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor begrippen als ‘dwaasheid’, ‘onwijsheid’ en ‘onwetenheid’ (III.6). Voor de verwante termen ‘zot’ en ‘zotheid’ is dat echter niet het geval. Deze woorden duiken als het ware ‘spontaan’ op, ongedefinieerd en zonder rationele reflectie, soms zelfs als onderdeel van een emotionele uitval (‘Fy der zotheid’: VI.9.16). Met deze termen sluit Coornhert m.i. naadloos aan bij de levendige zestiende-eeuwse zotheidsliteratuur (waarin de woorden ‘dwaas’ en ‘dwaasheid’ nagenoeg ontbreken). Mede aangezwengeld door bijbelteksten, Brants Narrenschiff en Erasmus’ Stultitiae laus, ontwikkelde en ontplooide deze literatuur zich vooral binnen de retoricale wedstrijdcultuur, met name via het daar met regelmaat te beoefenen genre van het refrein in ’t zot.

Ten opzichte van Coornherts Zedekunst kan de vigerende zotheidsliteratuur als een stoorzender, maar ook als een versterker worden beschouwd. Een stoorzender voor een consequent (methodo)logische opbouw van het werk als ‘ethica’, maar tegelijkertijd een versterker van de literaire herkenbaarheid en het retorische effect.

In mijn bijdrage wil ik Coornherts werk vanuit de complexe en dynamische zotheidsidee bij de zestiende-eeuwse rederijkers onderzoeken. De belangrijkste aspecten van de ‘zotheid’ die daarbij zullen worden onderscheiden, zijn voorlopig in globale termen als ‘defect’, ‘macht’, ‘schande’ en ‘zaligheid’ te omschrijven. Naast de Zedekunst zullen ook Coornherts Lied-boeck, het Roerspel en de Comedies, de dialoog Betoon vande zotheydt der werltwysen en Van de Onwetenheyt der Menschen bij het onderzoek worden betrokken.     

Prof. dr. Dirk Coigneau was tot voor kort hoofddocent historische Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Gent. Hij doceerde over Nederlandse literatuur uit de Late Middeleeuwen, de vroegmoderne tijd en Renaissance, en over (Zuid-) Afrikaanse literatuur. Hij publiceert nog steeds over verschillende thema’s en auteurs uit de Rederijkersliteratuur. Daarnaast is hij ook redacteur van het Jaarboek De Fonteine.

 

Stijn Bussels en Jeroen VandommeleUyt om eyghen profijt. De beeldvorming van rijkdom en koopmanschap bij Coornhert en in de handelsmetropool Antwerpen

Ons voorstel tot bijdrage richt zich op de beeldvorming rond stedelijke rijkdom in de zestiende eeuw. In De Comedie vande Rijckeman (1550) propageerde Coornhert al een duidelijke visie op de correcte levenswijze voor de gegoede leden van de stedelijke gemeenschap. Hij werkt zijn gedachten over dit onderwerp verder uit in de dialoog De Coopman uit 1580. De evolutie waarvan zijn visie op de verantwoordelijkheid van de bezittende klasse blijk geeft, kan in verband gebracht worden met het ethisch-economisch discours dat in Antwerpen wordt gehouden in de tweede helft van de zestiende eeuw. Een veelvoud aan humanistisch geïnspireerde rederijkersspelen voor het landjuweel van 1561 en een al even talrijk aantal prenten en schilderijen wijzen uit dat in de handelsmetropool uitzonderlijk veel aandacht werd besteed aan de constructie van het beeld van de koopman. Tot 1584 kon Antwerpen dan ook genieten van aanzienlijke welvaart en rijkdom dankzij haar internationale handel. Nieuwe ideeën rond koopmanschap drongen zich op en moesten worden geïncorporeerd in het stedelijke waardesysteem. Enerzijds stelde men eisen waaraan een handelaar moest voldoen vooraleer hij kon worden opgenomen in de stedelijke gemeenschap, anderzijds werd gepoogd loyaliteit op te wekken bij de andere stedelingen. In onze bijdrage willen we nagaan hoe deze herdefiniëring in Antwerpen zich verhoudt tot de ethiek van Coornhert.

Stijn Bussels is universitair docent theaterwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Aan de Universiteit Gent schreef hij een proefschrift over de Antwerpse intocht van Karel V en zijn zoon Filips in 1549. In het kader van dit proefschrift publiceerde hij over Coornhert’s De Comedie vande Rijckeman. Momenteel voert hij onderzoek naar klassieke ideeën over de kracht van beelden en de doorwerking van deze ideeën in vroegmodern en modern theater en spektakelcultuur.

Jeroen Vandommele is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij zal daar in juni 2011 promoveren op een proefschrift over het Antwerpse Landjuweel van 1561, een onderzoek naar het debat dat tijdens deze rederijkerswedstrijd werd gevoerd rond de concepten vrede, kennis en gemeenschap. Naast zijn onderzoek is hij werkzaam bij het Rijksprentenkabinet te Amsterdam als catalogiseerder van 16de-18de-eeuwse prenten uit de Nederlanden.

 

Julie Rogiest – Dirck Volckertszoon Coornhert, erudiet libertijn? Peiling a.d.h.v. Zedekunst dat is wellevenskunste (1586)

In zijn opdracht (“Toe-eyghen brief”) aan de Zedekunst dat is wellevenskunste spreekt D. V. Coornhert (1522-1590) zich kort uit tegen de «Libertynsche vryheyd ». Met deze uitdrukking doelt hij in de eerste plaats op een leven zonder God (« godloos leven »). Deze vorm van libertinisme, zo meent hij, wordt veroorzaakt door de overvloed aan religieus-polemische geschriften van zijn tijd (Coornhert noemt ze “kyf-boecken”), geschriften die de mens alleen maar verder wegleiden van Waarheid en deugd. 

Maar Coornhert zelf kon door zijn tijdsgenoten evengoed als een libertijn worden beschouwd, en dit onder meer door de enigszins “controversiële” inhoud van zijn ethica. Coornhert had de Zedekunst immers zonder enige referentie aan de Bijbel gepubliceerd. Daarnaast had hij er ook de idee van een innerlijke religie boven de uiterlijkheden van de Kerk geplaatst – deze leken hem vaak maar een vorm van religieuze hypocrisie te zijn.

 Voor mijn bijdrage zou ik willen onderzoeken in welke mate Coornhert als vertegenwoordiger van de beweging van de “erudiete libertijnen” kan worden gezien. Daarom zou ik zijn definitie van de begrippen “libertijn” en “libertinisme” willen confronteren met de hedendaagse invulling ervan, bv. in de werken van Peter G. Bietenholz (Encounters with a radical Erasmus) en Françoise Charles-Daubert (Les Libertins érudits en France au XVIIe siècle). Aangezien deze intellectueel-libertijnse beweging diep beïnvloed werd door het werk van Erasmus, zou ik diens werk ook willen meenemen om het fenomeen in een bredere context te plaatsen, nl. de context van West-Europa (Holland, Frankrijk, Engeland) in de zestiende en zeventiende eeuw.

Julie Rogiest is doctoranda aan de Universiteit Gent. Haar onderzoek richt zich op vroegmoderne vormen van zelfcontemplatie en identiteitsvorming, meer bepaald aan de hand van een analyse van Coornherts Zedekunst in het licht van Michel Foucaults gouvernementalité-begrip.

 

Ruben Buys – In de ban van de ‘Duytsche Theologus’. Spiritualistische elementen in Coornherts ‘redelijke’ ethiek.

Coornherts belangstelling voor het spiritualisme is bekend. Al op z’n twintigste, toen hij hofmeester van Reinoud van Brederode werd en de bibliotheek van slot Batestein verslond, kwam hij in aanraking met auteurs uit de spiritualistische traditie. Hij las er bijvoorbeeld Menno Simons en Sebastian Franck (o.a. diens Die guldin Arck en het Weltbuch). Later maakte hij ook kennis met de invloedrijke anonieme tekst Theologia Deutsch of Theologia Germanica. Coornhert heeft zijn liefde voor het spiritualisme nooit meer verloren en de sporen daarvan zijn in zijn moraalfilosofische oeuvre niet moeilijk te vinden.

Opvallend is echter dat Coornhert het gedachtengoed van het spiritualisme opneemt in een ethisch denken dat een opvallend grote rol toekent aan de menselijke rede. In mijn bijdrage wil ik schetsen hoe Coornhert spiritualistische elementen in zijn werk opneemt en aanpast aan een moraalfilosofische kader waarin de spiritualistische ‘goddelijke vonk’ wordt gelijkgesteld aan de menselijke rede, het ‘voncxken des Godlijcken Lichts’, dat in elk mens aanwezig is als toegang tot God en een volmaakt leven.

In het bijzonder hoop ik aandacht te schenken aan Coornherts verhouding tot de Theologia Deutsch, de vijftiende-eeuwse mystieke tekst die spiritualisten als Hans Denck, Sebastian Castellio, Valentin Weigel en Sebastian Franck betoverde en ook Luther diep heeft geraakt. Coornhert las de ‘Duytsche Theologus’ meerdere keren per jaar en zegt nergens ‘meer Godlijcker waerheyts ende stichtinghe’ te hebben gevonden dan in deze tekst vol ‘paerlen Goudt ende ghesteenten’. Welke parallellen vertoont Coornherts moraalfilosofische werk nu met concepten en thema’s die voorkomen in deze oude mystieke tekst? En hoe worden deze concepten en thema’s ingepast in – en aangepast aan – Coornherts ‘redelijke’ benadering van mens en moraal?

Ruben Buys is filosoof en ideeënhistoricus. Eerder publiceerde hij over lekenfilosofie in de late middeleeuwen en vroege moderniteit. Hij schreef o.a. De kunst van het weldenken, dat de Praemium Erasmianum Studieprijs 2010 won en in De Groene Amsterdammer tot de beste boeken van 2009 werd gerekend.

 

Gerlof Verwey – Hoe zag Coornhert zichzelf?

Willem Kloos wist wel wie of wat hij “in het diepst van zijn gedachten” was: een god. De spiritualist David Joris (1502/03-1556) overtrof hem in onbescheidenheid: hij meende dat hij God zelf was en kwam daarmee in botsing met Coornhert, die een dergelijke aanmatiging volstrekt ontoelaatbaar achtte. Coornhert deelde in zijn kritiek op Joris het door zijn christelijke tijdgenoten algemeen aanvaarde Selbstverständnis of zelfbegrip: de mens is een wezen dat door God geschapen is naar zijn beeld, hij is imago Dei, evenbeeld Gods. Het vormde de dogmatische kern van zijn geloofsopvatting, de rock bottom van zijn religieuze nonconformisme en de door hem zelf, zo goed als zijn tegenstanders stilzwijgend veronderstelde grondslag voor discussie.

Het imago Dei-thema en het verwante, sedert de late middeleeuwen naar de voorgrond komende christologische thema van de imitatio Christi boden echter ruimte aan verschillende interpretaties. Voor het Renaissance-denken met zijn ‘ontdekking’ van de menselijke vrijheid (zelfbepaling) was Pico della Mirandola’s Oratio de hominis dignitate (1486) wegwijzend: als God de Schepper in het groot is, dan is de mens als zijn evenbeeld de schepper in het klein. Met Cusanus (1401-1464) en zijn geschriften over de leek, i.h.b. zijn Idiota de Mente (1450), was een tweede element in het spel gekomen dat voor het zelfbegrip van Coornhert belangrijk zou zijn. We zijn getuige van een opwaardering van de leek tot het geprivilegieerde orgaan voor het vatten van de (religieuze) waarheid. Een derde en vierde bouwsteen leveren de gedachte van Christus als opvoeder (Christos didaskalos) en het uit de middeleeuwen vertrouwde Christus medicus-motief. Met name de laatste drie elementen lijken bepalend voor Coornhert’s zelfbegrip: de ware mens die hij wil zijn is leek, (spiritueel-morele) opvoeder en arts. Het zijn, zogezegd, de grondfiguren van zijn imitatio Christi.

Dr. Gerlof Verwey (1939), classicus, filosoof en wetenschapshistoricus, was tot 2004 verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het vakgebied van de wijsgerige antropologie. Sinds 2002 verdiept hij zich in aspecten van de geschiedenis van het (religieuze, filosofische en letterkundige) nonconformisme van de late middeleeuwen tot onze tijd. Hij is hoofdredacteur van de Bibliotheca Dissidentium Neerlandicorum (AUP).

 

Jürgen Pieters – Inner self-fashioning: Coornhert over de vormgeving van de menselijke identiteit

In deze bijdrage wil ik de krachtlijnen van Coornherts ethiek confronteren met het concept van de ‘Renaissance self-fashioning’ dat Stephen Greenblatt in zijn intussen genoegzaam bekende boek uit 1980 ijkte. Mijn bedoeling is niet in de eerste plaats om Coornherts denken te lezen als een zoveelste illustratie van die intussen over-bevraagde term. Ik wil veeleer de omgekeerde denkbeweging maken en de vraag stellen of Coornherts ideeen over indiviuatie ons niet dichter brengen bij de kern van Greenblatts begrip. In een eerste beweging wil ik aangeven hoe Greenblatts concept historisch geworteld zit in een Italiaans discours over de eigenheid van de mens (Pico della Mirandoala, Castighone, Machiavelli) en in een tweede beweging wil ik Coornhert en Calvijn in die analyse betrekken.

Prof. Dr. Jürgen Pieters is hoogleraar literatuurwetenschap aan de Universiteit Gent, en tevens directeur van het studiecentrum GEMS (Group for Early Modern Studies). Aan GEMS loopt een onderzoeksproject over de Zedekunst van Coornhert. Recent verscheen ook zijn Historische letterkunde vandaag en morgen (Amsterdam University Press, 2011).


Fatal error: Call to undefined function adrotate_group() in /home/p17385/domains/worldforthinkers.com/public_html/wp-content/themes/EarthlyTouch/single.php on line 57